Rijd je met het gevoel dat je paard constant ‘vecht’ met het bit? Is hij onrustig in de mond, trekt hij de teugels uit je handen of loopt hij juist achter de teugel? Dan heb je een gebrek aan een fijne aanleuning.

Wat is echte aanleuning?

Echte aanleuning is geen resultaat van trekken aan de teugels, maar een vertrouwen tussen de hand van de ruiter en de mond van het paard. Als een paard scheef is, kan hij die verbinding niet eerlijk maken. Hij blokkeert in zijn nek, zet zijn kaken vast en ‘vlucht’ voor de druk of leunt er juist zwaar op.

 

Oorzaken van een lastige aanleuning:

1. Een vastgezette kaak door scheefheid

Als een paard zijn kaken op slot zet, kan de energie vanuit de achterhand niet door de rug naar voren stromen. Dit komt vaak doordat het paard aan één kant ‘hol’ is en aan de andere kant ‘bol’.

2. Het wegdrukken van de rug

Wanneer een paard zijn rug wegdrukt, komt de onderhals eruit en wordt de aanleuning hard en onrustig. Het paard kan de hand niet volgen omdat hij zijn eigen zwaartepunt niet onder controle heeft.

3. Achter de teugel kruipen

Sommige paarden lijken heel licht, maar trekken hun hals in een krul om het contact te vermijden. Dit paard draagt zichzelf niet, maar ontwijkt de hulpen. In de Academische Rijkunst noemen we dit een gebrek aan ‘voorwaarts-neerwaartse’ tendens.

Van weerstand naar verbinding

Echte aanleuning ontstaat pas als het paard rechtgericht is. Zodra het binnenachterbeen onder het zwaartepunt treedt en de rug ontspant, zal het paard de hand van de ruiter weer durven opzoeken als een rustpunt. De aanleuning wordt dan een zachte, verende verbinding in plaats van een touwtrek wedstrijd.

Wil je hier meer over leren? Kijk dan op mijn ledenwebsite